Restlevensduurbepaling.
Een vuistregel die vaak door bedrijven wordt gehanteerd, waaronder energiebedrijven over de hele wereld, is dat voor iedere uitgestelde investering jaarlijks ongeveer 10% op de investeringskosten kan worden bespaard. Een schatting van de restlevensduur is dan ook mogelijk een middel om aanzienlijke besparingen te realiseren.
Degradatieprocessen
Het bepalen van de snelheid van degradatie in een kabelsysteem is een cruciaal aspect bij het bepalen van de restlevensduur. Het soort degradatie dat kan worden verwacht, hangt af van het soort kabel. Zo zal een polymere kabel bijvoorbeeld voornamelijk zijn blootgesteld aan aanzienlijke degradatie van de isolatie als gevolg van de gebruikte accessoires en het verschijnsel waterbomen. Bij massa-geïmpregneerde middenspanningskabels treedt het grootste gevaar op degradatie op als gevolg van de gebruikte accessoires, corrosie van de loodmantel en thermische degradatie van de papierisolatie. De degradatieprocessen kunnen ook worden bepaald voor hoogspannings-oliedrukkabels, kabels in de vorm van leidingen en gasdrukkabels.
Schatting van de restlevensduur
KEMA heeft methoden ontwikkeld voor het inschatten van de restlevensduur van de meeste soorten kabels. Deze methoden houden niet alleen rekening met het soort kabel, met ook met informatie over de huidige, voorgaande en toekomstige belastingomstandigheden. In het geval van kabels met papierisolatie is de thermische degradatie van het papier om verschillende redenen bijvoorbeeld van cruciaal belang voor de betrouwbaarheid van de kabel. Energiebedrijven zijn geneigd hogere belasting toe te passen om zo de installatie van nieuwe kabels te vermijden, en deze hogere belasting draagt bij aan een versnelde degradatie van de papierisolatie. In een dergelijk scenario kan de restlevensduur van de kabels worden ingeschat met behulp van door KEMA ontwikkelde technieken.