Kolenstoken bijproducten
Het vormen van bijproducten bij de verbranding van kolen
KEMA heeft een empirisch en statistisch model ontwikkeld: het KEMA TRACE MODEL voor berekening van het verband tussen kolenverbranding en de samenstelling van de gerelateerde bijproducten (CCB's). Het model is gebaseerd op zo'n twintig massabalansonderzoeken in de jaren tachtig in 100% kolengestookte centrales en in de jaren negentig in centrales waar tot 20% werd bijgestookt door biomassa. De resultaten geven een goed beeld van de gemiddelde samenstelling van residuen, evenals van hun emissies naar de lucht. De uitkomsten van het KEMA-model worden gebruikt in officiële documenten zoals milieu-effectrapporten (MER's), vergunningaanvragen en solide R&D-programma's.
Karakterisering van de bijproducten van kolenverbranding
Mineralogische, chemische en fysische karakterisering vormen de eerste stap naar een succesvol gebruik van CCB's. Karakterisering is een zeer belangrijk aspect geworden bij de beoordeling van de gevolgen van meestoken op de eigenschappen en kwaliteit van CCB's. KEMA is al meer dan 15 jaar betrokken bij de karakterisering van CCB's uit meestoken, en maakt hierbij gebruik van een breed scala aan methoden, zoals scannende elektronen microscopie, röntgendiffractie en elementanalyses.
De vele toepassingen van de bijproducten van kolenverbranding
In Nederland ondersteunt KEMA de Nederlandse Vliegasunie in de vorm van onderzoek naar en consultancy over toepassing en gebruik van CCB's. De CCB's komen in Nederland in de volgende toepassingen voor:
Vliegas
- puzzolaanaarde in cement en beton
- grondstoffen voor de productie van portlandklinkers
- vulmiddel voor asfalt
- grondstoffen voor keramische materialen.
Bodemas
- als mortel in beton
- wegenbouw.
Gips
- grondstof voor de productie van zelfegaliserende vloeren en andere bouwmaterialen (gips).