

|
|

|

|

Historie

KEMA: meer dan 75 jaar 'experience you can trust'

|

|
|
Van onderzoek naar advisering KEMA werd in 1927 in Arnhem gevestigd als keuringsinstituut voor
de Nederlandse elektriciteitssector. Inmiddels staat de naam KEMA,
oorspronkelijk slechts de afkorting van de volledige naam, voor
veel meer dan alleen het testen van elektrische apparatuur. Hoewel
de veiligheidskeuring en certificatie van elektrische apparaten nog
steeds tot KEMA’s kernactiviteiten behoort, is het inmiddels
uitgegroeid tot een onderneming die wereldwijd een groot aantal
onafhankelijke onderzoeks- en adviesdiensten verleent via een
internationaal netwerk van dochterbedrijven en
vertegenwoordigingen. Het consistente thema dat al deze
activiteiten verbindt, is risicobeperking. Vrijwel al het werk van
KEMA heeft te maken met het minimaliseren van risico. Bijvoorbeeld
door vermindering van het aantal datacommunicatiefouten en lekken,
door de uitoefening van supervisie over herstructureringsprojecten
voor energie-infrastructuur overal ter wereld, of door het testen
van hoogspanningsapparatuur en de uitvoering van kortsluitproeven
in ’s werelds grootste kortsluitlaboratorium. Ook het onderzoek
naar de kwaliteit van mobiele-telefoonnetwerken, het testen van
apparatuur in omgevingen met verhoogd explosierisico, en het
bepalen van de resterende levensduur van hoogspanningsleidingen,
masten en dergelijke laten zien dat KEMA zich toelegt op
risicobeperking. De vraag naar testfaciliteiten In de eerste decennia van de twintigste eeuw nam de vraag naar
elektriciteit in Nederland snel toe. Het resultaat was een
nationaal elektrificatieprogramma en het ontstaan van een nieuwe
bedrijfstak: de elektrotechniek. In het hele land ontstonden
fabrieken en fabriekjes die kabels en componenten voor het
uitdijende elektriciteitsnetwerk vervaardigden. Sommige producten
van deze jonge sector bleken echter onbetrouwbaar in het gebruik –
het onvermijdelijke gevolg van gebrek aan kennis en de daarmee
verbonden schommelingen in kwaliteit. In de overtuiging dat er een
keuring voor hoogspanningsapparatuur moest komen, richtte de VDEN –
de organisatie die destijds de stroomopwekkers vertegenwoordigde –
in 1924 zijn eigen keuringsafdeling op. De vraag groeide zo snel,
dat amper drie jaar later werd besloten de keuringsafdeling om te
zetten in een onafhankelijke organisatie. Zo werd in 1927
de NV tot Keuring van Elektrotechnische Materialen,
al gauw algemeen bekend onder de afkorting KEMA, opgericht.
Oprichters waren provincies en grote steden met een eigen
elektriciteitsbedrijf, plus een aantal particuliere
stroomopwekkers. De nieuwe onderneming werd gevestigd in een
bijgebouw van Hotel Bellevue aan de Utrechtseweg, destijds een van
de hoofdwegen door Arnhem.
|
|

|
Wereldberoemd kortsluitlaboratorium Naarmate de elektriciteitsinfrastructuur in Nederland verder
groeide, groeide KEMA mee. In 1930 besloten de aandeelhouders een
kortsluitlaboratorium te bouwen, waarin proeven bij hoge voltages
konden worden gedaan. Er werd een locatie gevonden op het
voormalige landgoed Den Brink, nu deel van het KEMA-complex. In de
zomer van 1933 werd begonnen met de bouw, die echter na korte tijd
abrupt werd stopgezet toen het Ministerie van Vervoer, Openbare
werken en Waterbeheer liet weten dat het KEMA dichter in de buurt
van de Technische Universiteit Delft wilde hebben. Pas drie jaar
later werd de bouw hervat en in 1938 werd het complex – een
laboratorium, werkplaatsen en opslagruimten – ten slotte door prins
Bernhard geopend. De elektrische capaciteit werd verdubbeld in
1939, toen ook werd begonnen met de bouw van een onderzoeks- en
ontwikkelingslaboratorium. De Tweede Wereldoorlog De uitbraak van de vijandelijkheden in Europa leidde tot een
verschuiving in KEMA’s activiteiten: in 1939 richtten de
onderzoekers hun aandacht op kwesties als voertuigverlichting die
niet meteen vanuit de lucht zichtbaar was en de terugwinning van
stookolie uit elektriciteitscentrales. De Duitse bezetting in het
volgende jaar maakte een einde aan nieuwe investeringen. Een
tijdlang ging KEMA echter op de oude voet voort, zij het onder
supervisie van een Duitse functionaris. Zo werd er onderzoek gedaan
ter voorbereiding van de aanleg van een hoogspanningsleiding tussen
Dordrecht-Rotterdam en Leiden-Den Haag. Door materiaalgebrek
moesten de activiteiten echter worden teruggeschroefd en ook werden
de contacten met verschillende delen van de wereld afgesneden.
Tegen het einde van de oorlog, toen de Duitse troepen probeerden de
oprukkende geallieerden tegen te houden, werd het KEMA-complex door
het bezettingsleger gevorderd. Het werd versterkt en als
barakkenkamp gebruikt. Toen de vrede was hersteld en KEMA naar het
complex terugkeerde, restte nog slechts een verzameling zwaar
beschadigde gebouwen; alle apparatuur was verdwenen. Na de oorlog
volgde een snel herstel, en al in 1947 overtrof de hoeveelheid werk
het niveau van voor de oorlog. De internationale contacten werden
hervat en in 1946 woonde KEMA het eerste congres bij van de nog
steeds actieve CIGRE (Conseil Internationale des Grands Réseaux
Electriques).
|
|

|
De uitbreiding van het laboratorium In 1952 vierde KEMA zijn zilveren jubileum met de opening van
zijn herbouwde laboratoria door Minister van Financiën Professor J.
Zijlstra. Alle schade die in de oorlog was opgelopen, was inmiddels
hersteld. Verdere uitbreidingen en verhogingen van het
kortsluitvermogen volgden elkaar in hoog tempo op, totdat KEMA in
1968 het grootste kortsluitlaboratorium ter wereld had. Maar de
vraag naar proeven met nog hogere vermogens bleef groeien. Daarom
werd in 1969 begonnen met de bouw van een compleet nieuw
laboratorium, dat ook vandaag de dag nog bekend staat als het
grootste kortsluitlaboratorium ter wereld. In KEMA’s
testfaciliteiten kunnen nog steeds sterkere elektrische stromen
worden opgewekt dan in enig ander vergelijkbaar laboratorium in de
wereld. Vier generatoren leveren een gecombineerd vermogen van
8400 megavolt-amps. KEMA-KEUR KEMA-KEUR is in Nederland een begrip, dat synoniem is met
veiligheid. Anders dan de meeste mensen denken, is deelname aan het
befaamde keuringsprogramma voor elektrische
apparaten vrijwillig. Het keurmerk, dat dateert uit
1924, is bedoeld om aan te geven dat componenten en eindproducten
de vereiste veiligheidstests, gebaseerd op internationale
standaards, hebben doorstaan. Het KEMA-KEUR verzekert de consument
dat het product veilig is. Door de Europese integratie zijn de
verschillen tussen nationale kwaliteitscontroleorganisaties
verdwenen, maar opmerkelijk genoeg blijft het KEMA-KEUR een
belangrijk selectiecriterium voor de consument en, niet te
vergeten, een al even belangrijk marketinginstrument voor de
producent. In samenwerking met zijn zusterorganisaties houdt KEMA
zich nu wereldwijd bezig met de levering van keurings- en
certificatiediensten, die al lang niet meer beperkt zijn tot
huishoudelijke apparaten. Zo heeft KEMA behalve voor eindproducten
en halffabrikaten ook test- en certificatieprogramma’s ontwikkeld
voor organisaties, bedrijven en personen. Kernenergie KEMA heeft een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse
kernenergiesector. In de jaren ’50 en ’60 stonden de Nederlanders
hoog aangeschreven in de internationale wetenschappelijke wereld
in. KEMA was betrokken bij de bouw van de proefcentrale in
Dodewaard en talloze andere nationale en internationale projecten.
Sinds het midden van de jaren ‘90 zijn KEMA’s nucleaire
specialisten verbonden aan NRG, waarvan ECN en KEMA de
aandeelhouders zijn. In 1957 opende prins Bernhard het KEMA
Nuclear Physics Laboratorium. Na Dodewaard bouwde KEMA op
zijn eigen terrein nog een andere testreactor (de KEMA Suspension
Test Reactor). Deze werd op 22 mei 1974 succesvol opgestart en
bewees dat KEMA’s concept een veilige manier was om kernenergie op
te wekken. Veranderingen in het nationale kernenergiebeleid leidden
tot stopzetting van het project in 1977. Na jaren zorgvuldige
ontmanteling werd het voormalige gebouw van de kernreactor in 2003
eindelijk uit het landschap van het Business Park Arnhem
verwijderd.
|
|

|
Organisatie en reorganisatie Toen het nutsdenken werd vervangen door het marktprincipe, werd
KEMA een zelfstandige onderneming. Het jaarlijkse onderzoeksbudget
dat de organisatie altijd van de nutsbedrijven had gekregen, kwam
onder druk te staan, waardoor KEMA steeds meer naar de markt moest
gaan kijken. Aanvankelijk gebeurde dit met groot succes. Er werden
winststijgingen van meer dan 10 procent per jaar geboekt, en
de verdeling in business units in 1992 gaf de organisatie nieuw
elan. De invoering van marktwerking in de Nederlandse energiesector
leidde echter tot een daling van de vraag; de Nederlandse
elektriciteitsinfrastructuur was voltooid en het tijdperk van bouw
en uitbreiding was ten einde gekomen. In 1995 begon het tij te
keren en nam de winstgevendheid af. Hoewel KEMA nieuwe markten
veroverde en buitenlandse orders binnenhaalde, waren de inkomsten
niet voldoende om de verliezen op de binnenlandse markt te
compenseren. Uiteindelijk was de organisatie gedwongen personeel te
ontslaan. In november 1996 kregen honderd KEMA-werknemers, voor het
eerst in het zeventigjarige bestaan van de organisatie, te horen
dat hun banen gingen verdwijnen. Nieuwe uitdagingen De jaren ’90 werden gekenmerkt door een afnemende
overheidsbemoeienis op allerlei terreinen. De regelgevingen werden
verminderd en de praktische details werden overgelaten aan
afzonderlijke organisaties en de hen vertegenwoordigende
instanties. KEMA speelde bij deze veranderingen een actieve rol als
partner, adviseur, kenniscentrum en onafhankelijk inspecteur.
Daarbij begon KEMA zijn werkterrein uit te breiden naar sectoren
buiten de elektrotechnische industrie en zich op een veel bredere
mondiale markt te richten. Telecommunicatie, milieubeheer,
kwaliteitszorg, elektriciteitsopwekking en –distributie: het zijn
maar enkele van de gebieden waarop KEMA grote expertise bezit -
expertise waar grote vraag naar is. Op al deze gebieden is de
onderneming nu actief, niet alleen op de vertrouwde en beschermde
markt in eigen land, maar op heel Europa’s geliberaliseerde interne
markt. Nu de traditionele grenzen wegvallen en nieuwe spelers de
arena betreden, staat KEMA voor de uitdaging zijn bestaande klanten
op nieuwe gebieden van dienst te zijn en opdrachten van nieuwkomers
op de markt te verwerven. Een onpartijdige buitenstaander Door de liberalisatie en de toegenomen concurrentie zijn
energiebedrijven overal ter wereld minder techniek- en meer
marktgericht geworden. Natuurlijk is de techniek nog steeds van
belang, maar de waarde ervan moet – meer dan ooit tevoren – tot
uiting komen in de financiële resultaten. KEMA moet daarom in staat
zijn de financiële betekenis van technologie zichtbaar te maken en
aan te tonen waar en hoe procesefficiency en productiviteit kunnen
worden verhoogd. Ook treedt KEMA steeds vaker op als onafhankelijke
kwaliteitsinspecteur, assessor en projectmanager. Omdat de
energiebedrijven zelf minder expertise in huis hebben en in plaats
daarvan werk uitbesteden, krijgen zij meer behoefte aan de diensten
van een onpartijdige buitenstaander. De verwachting is dan ook dat
de vraag naar de diensten van een externe partij die beschikt over
integriteit en expertise, gebaseerd op vijfenzeventig jaar
ervaring, in het huidige klimaat alleen maar zal groeien.
|
|

|

|

|



|

|

|
|