

|
|

|

|

Onderzoek en ontwikkeling

Nieuwe (inspectie) technieken, nieuwe materiaaltoepassingen, nieuwe applicaties van reststoffen

|

|
|
Onderzoek en ontwikkeling
In een tijd waar het milieu zoveel mogelijk moet worden belast,
waar men geen tijd heeft voor uitgebreide inspecties en analyses en
waar voor steeds meer reststoffen waardevolle toepassingen moeten
worden gevonden; daar is ook onderzoek voor nodig. Kan je niet destructieve inspectietechnieken ontwikkelen waarbij
het beton niet wordt beschadigd en de resultaten snel beschikbaar
zijn? Hoe bepaal je of een reparatie aan een betonnen constructie
niet loslaat naar verloop van tijd? Maar ook: bij het recyclen van beton; is het dan mogelijk hier
weer bruikbare grondstoffen uit te winnen? Of kan je meer doen met
vliegas als vulstof? Betonnen containers voor de opslag van
radioactief materiaal moeten niet alleen het materiaal goed
beschermen, maar ook lang meegaan. Zomaar een paar vragen waar KEMA onderzoek naar heeft gedaan. En
niet alleen. Samen met partners in Europa, met vertegenwoordigers
van de branche en betonproducenten en de eindgebruiker.
|
|

|
Nieuwe inspectie-technieken
Hoe kan de kwaliteit van betonconstructies of -reparaties worden vastgesteld zonder het beton kapot temaken? Op deze vraag willen zowel de makers als de beheerders van de betonnen constructies graag een antwoord. KEMA ontwikkelt nu samen met andere bedrijven een oplossing voor dit vraagstuk. De totstandkoming van een apparaat voor non-destructieve validatie van betonreparaties vindt plaats met gelden van CRAFT, een onderdeel van het technologie stimuleringsprogramma van de Europese Commissie (EC). Brussel wil hiermee het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de productiesector, dat weinig of geen eigen faciliteiten voor research en development heeft, een duwtje in de rug geven. De vraag naar de mogelijkheden van non-destructieve validatie van beton ontstaat door onvrede met de bestaande methoden: "Daarmee beschadig je het beton". Dat moet dus weer gerepareerd worden, en daar heb je weer mankracht- en uren en dure steigers voor nodig. Vervolgens kun je nog steeds geen uitspraken doen over de kwaliteit van de totale constructie. Bovendien ontstaan in het eindresultaat vaak kwaliteitsverschillen.
|
|

|
Portable Ultrasoon Scanner
Door schade en schande wijs geworden heeft men
moeten vaststellen dat ook beton onderhoud behoeft. Gelukkig kan
schade aan beton tegenwoordig goed en eenvoudig worden hersteld. De
duurzaamheid en kwaliteit van betonreparaties worden bepaald door
het morteltype, het juiste reparatieadvies en het vakmanschap van
de reparateur. Voor de kwaliteitsborging bij de uitvoering van
dergelijke reparatiewerkzaamheden, is door het MKB met steun van de
EU-commissie een niet-destructieve scanner ontwikkeld om de
aanhechting van beton reparatielagen te valideren. Een niet-destructieve methode om te bepalen of een
reparatielaag los of vast zit voorkomt het onnodig beschikbaar
houden van steigerwerk. Ook wordt het mogelijk meer metingen in een
kortere tijd uit te voeren waardoor het oordeel over de kwaliteit
van de reparatie betrouwbaarder wordt. De niet-destructieve methode
moet ongeveer dezelfde gevoeligheid hebben als de destructieve
methode met betrekking tot de grootte (oppervlak) van de
onthechting. Als uitgangspunt voor de scanner is gekozen voor
ultrasoon geluid. Deze reeds bestaande techniek is door de jaren
heen betrouwbaar, eenvoudig en relatief goedkoop gebleken. Als
scannerspecificatie is gedefinieerd dat de onthechting van
reparatielagen van 10 tot 60 mm dikte moet kunnen meten, onder een
zekere scheefstand van het te repareren betonoppervlak. Verder
mogen storingen door de aanwezigheid van wapeningsstaal de meting
niet of nauwelijks beïnvloeden. In de ontwerpcriteria is meegenomen
dat het apparaat door relatief onervaren personeel gemakkelijk moet
zijn te bedienen. Bovendien mocht de aanschafprijs niet te hoog
zijn < 7.000 Euro. Voor de realisatie zijn diverse proeven genomen.
Eigenschappen als functie van de verhardingstijd van 14
verschillende BETEC-reparatie-mortels zijn beproefd met variaties
in de uitvoeringsmethodiek (spuit- en gietmortels), samenstelling,
zoals cementsoort, korrelopbouw van 0 tot 16 mm, verschillende
laagdikten en toevoegingen. Vervolgens zijn proeftegels gemaakt met
en zonder wapeningsstaal met kunstmatige onthechting. In totaal
zijn 11 transducers (sensoren) getest. Op basis van de
onderzoeksresultaten is een handleiding geschreven voor het
laboratorium prototype, dat door KEMA is gebouwd, genoemd Concrete
Averaging Detection Device. Voor deze CADD zijn speciale software
features bepaald. Door het gebruik van twee sensoren en middeling
van de meetgegevens om de invloed van wapeningsstaal te reduceren,
is het mogelijk gebleken de onthechting van betonreparatielagen op
een eenvoudige wijze te bepalen. Voor de validatie van de scanner in de praktijk is
een tweede prototype gebouwd, de zogenaamde Concrete Ultrasonic
Bonding Evaluator (CUBE). Op dit moment worden de veldtesten met
dit apparaat uitgevoerd op diverse locaties in verschillende
Europese landen.
|
|

|
Versnelde degradatietest
Beton, dat in contact staat met een agressief
medium zoals grondwater, kan op de lange duur aangetast worden
door:
- het langzaam oplossen van calcium carbonaat en
hydratatieproducten vanwege de diffusie van calciumionen naar
buiten
- interactie tussen calciumcarbonaat en hydratatieproducten
enerzijds en de corrosieve componenten anderzijds. De degradatie van het beton via de zojuist genoemde
mechanismen zal zeer langzaam verlopen. Om nu een indruk te krijgen
over de kwaliteit van beton na een lange levensduur is toepassing
van een versnelde degradatietest noodzakelijk. Uitgegaan wordt van een mortel- of betonnen
proefstuk. Dit proefstuk wordt in contact gebracht met water of een
oplossing, dat zich in twee vaten bevindt. In beide vaten is een
elektrode aangebracht, die doorverbonden is met een spanningsbron
en een ampèremeter. Met behulp hiervan kan nu een bepaalde spanning
over het proefstuk worden aangebracht. Daardoor heeft een versnelde
migratie van Ca-ionen naar de kathode plaats. Aan het einde van de
test wordt de kwaliteit van het proefstuk onderzocht via
onder andere:
- Image Analysis
- porosimetrie
- XRD-metingen. Er wordt gezocht naar een relatie tussen de
kwaliteit van het proefstuk en de opgeloste hoeveelheid calcium.
Daarnaast wordt de versnellingsfactor bepaald (dit is de verhouding
van de hoeveelheid opgeloste calcium bij een bepaalde
potentiaalgradient en de hoeveelheid opgeloste calcium, wanneer er
geen potentiaalgradient over het proefstuk is aangelegd).
|
|

|
Nieuwe toepassingen van reststoffen
Reststoffentoepassingen, opslag alsmede verbetering
in bouwkwaliteit vergen een oplossingsgerichte visie met betrekking
tot de inschatting op milieueffecten en economische haalbaarheid.
Kolenreststoffen zoals vliegas en bodemas,
afvalverbrandingsresiduen, straalgrit en bouwafval vormen stuk voor
stuk een concreet probleem, waarvoor KEMA structurele oplossingen
creëert. In de sfeer van hergebruik en nuttige toepassingen. De
toepassingen en de te gebruiken immobilisatietechnieken zijn vooral
gericht op beton en steenachtige materialen. Het team
Reststoffenmanagement & Bouwkwaliteit concentreert zich
eveneens op de ontwikkeling van nabewerkingstechnieken om de
toepassingsmogelijkheden te verruimen en om deponie - tegen lage
kosten - te vergemakkelijken.
|
|

|
Vliegas voor hoogwaardig beton
Er ontwikkelt zich eens sterk toenemende vraag naar
zeer fijn verdeelde vulstoffen voor beton. Daarmee kan een
hoogwaardig duurzaam beton worden gemaakt dat 2 tot 3 maal sterker
is dan conventioneel beton en zich beter laat verwerken. De
gebruikelijke vulstof is micro-silica, met een deeltjesgrootte van
circa 0,1 - 1 micron. Deze vulstof is duur en schaars; tekorten
zijn te verwachten gezien de groeiende vraag. Vliegas Poederkoolvliegas is een restproduct van kolengestookte
elektriciteitscentrales. In principe lijkt dit een goed alternatief
te kunnen zijn: de samenstelling en eigenschappen lijken sterk op
die van micro-silica. De deeltjes zijn echter te groot (10-200
micron). KEMA heeft in opdracht van
elektriciteitsproducenten en met ondersteuning van het Ministerie
van Economische Zaken een procédé voor verkleining ("Microniseren")
van vliegas ontwikkeld, waarop octrooi is aangevraagd. Deze "Ultra
Fijne vliegas" wordt geproduceerd door middel van parelmolens. De
gemiddelde deeltjesgrootte van het product is circa 1,5 micron,
veel fijner dan met andere methoden is te bereiken. Uit beproeving
is gebleken dat met dit product hoogwaardig beton van tenminste
sterkteklasse B105 kan worden vervaardigd.
|
|

|
Poederkoolvliegas in baksteen
Poederkoolvliegas is een waardevolle grondstof die op grote schaal in bouwmaterialen wordt verwerkt. Toepassing als additief voor de productie van baksteen biedt nieuwe, aantrekkelijke kansen voor de afzet. De eerste vraagstelling is of aan de eisen ten aanzien van uitloging in het Bouwstoffenbesluit Bodem- en Oppervlaktewaterenbescherming (BSB) wordt voldaan. Een tweede vraagstelling betrof de juistheid van de "vertaalfactoren" (opgesteld door het RIVM) die de relatie tussen laboratorium en praktijk beschrijven. De uitlogingeisen van het BSB zijn in feite gebaseerd op een bodem-immissie over een periode van 100 jaar. De toetsing hiervan vindt plaats in een gestandaardiseerde laboratoriumtest. In een praktijkvoorbeeld is de uitloging van vijf gemetselde muursegmenten (vier enkelsteensegmenten en een spouwsegment) onderzocht. De stenen waren vervaardigd uit twee kleisoorten, voor twee enkelsteensegmenten werd 20 massaprocent poederkoolvliegas toegevoegd. De vochtigheid van het muuroppervlak en de hoeveelheid uitloogwater zijn semi-continu gemeten, en het uitloogwater is periodiek geanalyseerd.
|
|

|
Radon uit bouwmaterialen
Poederkoolvliegas is een waardevolle grondstof die op grote schaal in de bouw wordt toegepast. Op basis van het Beleidsstandpunt Radon (Ministerie van VROM) worden normen voor radiologische eigenschappen van bouwmaterialen ontwikkeld. Een van deze eigenschappen is de afgifte van het radioactieve edelgas radon uit het bouwmateriaal. Poederkoolvliegas blijkt deze radonexhalatie te kunnen verminderen. Radon ontstaat in de vervalreeks van uranium-238 uit radium en komt in alle grond- en delfstoffen voor. Omdat radon gasvorming is, kan het uit vast materiaal ontsnappen. De radonconcentratie in het binnenmilieu is grotendeels uit de bodem; slechts ongeveer een derde komt uit het bouwmateriaal. De hoeveelheid radioactiviteit die per tijdseenheid uit het bouwmateriaal naar het binnenmilieu diffundeert wordt de "exhalatie" genoemd. De gemiddelde achtergrondstralingsdosis waaraan de mens in Nederland wordt blootgesteld wordt geschat op 2,5 mSv/j. De bijdrage door bouwmaterialen bedraagt 0,7mSv/j, waarvan 0,4 mSv/j aan radonexhalatie wordt toegeschreven. Het overige deel is de bijdrage door gammastraling uit het bouwmateriaal. Vliegas heeft een hogere radonactiviteit dan grondstoffen als cement en grind. Toepassing van vliegas in bouwmaterialen leidt daardoor tot een wat hogere bijdrage door gammastraling maar onderzoek heeft aangetoond dat de stralingsbelasting door radon lager kan worden. De exhalatie van radon wordt namelijk sterk bepaald door de structuurparameters van het bouwmateriaal, en deze kunnen door toepassing van vliegas aanzienlijk worden verbeterd. Onderzoek naar het verband tussen de structuur van het bouwmateriaal en de radonexhalatie toont aan dat een porieverdeling met een gemiddeld kleinere poriestraal gerelateerd is aan een lagere exhalatie. Deze kennis over de relatie tussen structuur en radonexhalatie biedt de mogelijkheid van een betere receptuur, waarbij de toepassing van vliegas tot een vermindering van de stralingsbelasting leidt. Meer informatie? Neem contact met ons op.
|
|

|

|

|



|

|

|
|